Artist in Residence: Cécile McLorin Salvant
The New York Times plaatste haar stem in een rijtje met die van legendarische vocalisten als Billie Holiday, Sarah Vaughan en Ella Fitzgerald. De muziek van Cécile McLorin Salvant (1989), gezongen in zowel Engels als Frans, geeft een eigentijdse betekenis aan jazz, soul en blues, en blijft vele harten veroveren.
Ze werd geboren in een huishouden waar haar gezin naar allerlei soorten muziek luisterde. McLorin Salvant, de dochter van een Haïtiaanse vader en een Franse moeder, begon klassiek piano te studeren op haar vijfde. Op haar achtste zong ze in de Miami Choral Society. Ze ontwikkelde een interesse in klassieke zang en studeerde met privédocenten voordat ze haar muzikale opleiding doorzette in Frankrijk, waar ze de afslag jazz nam.
McLorin Salvant won in 2010 de Thelonious Monk International Jazz Competition, kort na het verschijnen van haar eerste album. De opvolger daarvan, WomanChild uit 2013, werd goed ontvangen door critici én publiek, leverde haar een eerste Grammy-nominatie op en betekende haar doorbraak. Later verdiende ze voor drie albums op rij een Grammy voor Best Jazz Vocal Album: For One To Love (2015), Dreams And Daggers (2017) en The Window (2018). Inmiddels staan er al acht albums op haar cv; het recentste was Oh Snap uit 2025.
De componist, zangeres en visueel artiest brengt zowel eigen nummers als standards en laat zich inspireren door zowel jazz als middeleeuwse liederen en pop. Ze heeft een passie ontwikkeld voor het vertellen van verhalen en het ontdekken van verbanden tussen variété, blues, theater, jazz, barok en folkloristische muziek. Het resultaat is een gevarieerd repertoire; gecombineerd met haar prachtige stem maakt McLorin Salvant dat een graag geziene gast op dit festival en vele andere podia.
Als Artist in Residence treedt McLorin Salvant vier keer op tijdens het festival. Op vrijdag presenteert ze het project Oh Snap, op zaterdag Book of Ayres. Op zondag is ze twee keer te zien: met het Metropole Orkest onder leiding van Jules Buckley en met Sullivan Fortner.