Revolutie en traditie
Fusion, de elektrische revolutie
De opkomst van fusion creëert in de jaren 70 een beslissende beweging. Rond Miles Davis, Herbie Hancock en Chick Corea ontstaat een nieuwe vorm van jazz waarin elektrische instrumenten en genres als rock en funk hun intreden doen.
Marcus Miller
Die lijn is expliciet aanwezig in het festivalprogramma, onder meer via Marcus Miller, die als bassist – onder meer bij Davis – een sleutelrol speelt in deze periode en deze erfenis onder de titel met We Want Miles! voortzet met een bezetting die teruggrijpt op die klankwereld. Ook Pat Metheny vertegenwoordigt deze beweging, waarin lyriek, technologie en improvisatie samenkomen. Hij is tweemaal op het festival aanwezig: met zijn eigen groep Side-Eye III+ en in een project waarin hij zijn album Bright Size Life uit 1976 herneemt in een spannende bewerking door het Nederlandse talent Tijn Wybenga met zijn Brainteaser Orchestra. In latere generaties laat Snarky Puppy zien hoe jazz zich kan organiseren buiten traditionele structuren: een nieuwe generatie schakelt moeiteloos tussen virtuositeit, productie en publieksbereik.
Traditie als hernieuwde keuze
Tegenover de vernieuwing binnen de jazz staat in de jaren 80 een hernieuwde focus op de traditie. De zogenaamde Young Lions, met onder anderen Wynton Marsalis, brengen akoestische jazz terug naar de voorgrond in New York, waar zelfs een statig huis voor jazz verrijst: Jazz At Lincoln Center. Artiesten als Joshua Redman en Christian McBride laten zien dat deze benadering geen stilstand betekent, maar een voortdurende ontwikkeling. In de huidige generatie zetten Cécile McLorin Salvant en Sullivan Fortner deze lijn voort, met een diep besef van repertoire en geschiedenis. Ook Fred Hersch, als belangrijke mentor voor een nieuwe generatie pianisten, belichaamt deze doorlopende traditie van overdracht en vernieuwing.